Schuilaltaarkast

Deze schuilaltaarkast is waarschijnlijk gemaakt tussen 1625 en 1650. Rond het midden van de zeventiende eeuw kon de situatie voor katholieken in de Noordelijke Nederlanden en Noord-Brabant penibel zijn. Viel de schout binnen, dan moest je het altaar snel kunnen verbergen. Of sluiten, zoals bij deze altaarkast. Al vanaf 1581 mochten katholieken niet meer in het openbaar hun godsdienst belijden, laat staan een mis houden. Na 1672 werd de situatie veel coulanter ten opzichte van katholieken en mochten ze ook grotere schuilkerken bouwen. Deze altaarkast is hoogstwaarschijnlijk door de Mechelse Kardinaal Franckenberg in Breda verstopt en later via pastoor Sanders in Etten terecht gekomen. Deskundigen kennen geen enkel ander exemplaar dat zo rijk is versierd. Zeer waardevol en uniek in ons land!