Het tientje van Lieftinck

Vlak na de Tweede Wereldoorlog heeft minister Lieftinck van Financiën een grote geldzuivering doorgevoerd om het probleem van het zwart geld op te lossen. Alle bankbiljetten moesten worden ingeleverd en werden omgeruild voor nieuw geld. Om tijdens de geldzuivering rond te komen kregen alle huishoudens in Nederland 10 gulden, in de week van 26 september t/m/ 2 oktober 1945 om precies te zijn. Er was geen sprake van één biljet van 10 gulden, maar een gezin kreeg muntbiljetten van 1 gulden en biljetten van fl. 2,50 uitgereikt, met in totaal een gezamenlijke waarde van 10 gulden. Dit is bekend gebleven onder de naam “het tientje van Lieftinck”. Op de foto staan de twee biljetten, met afbeelding van Koningin Wilhelmina, die deel uitmaakten van de geldzuiveringsoperatie.

Geldzuivering

Er was in de oorlog heel veel zwart geld verdiend door o.a. bunkerbouwers en zwarthandelaren. Na de oorlog werden op een onverwachts moment alle tegoeden op banken bevroren en al het geld dat in omloop was werd waardeloos verklaard. Er werden nieuwe muntbiljetten in omloop gebracht. Op deze manier zijn de zwarte vermogens volledig buiten spel gezet.

Aanvankelijk waren al in juli 1945 de 100 guldenbiljetten ongeldig verklaard. Twee maanden later werden alle overige bankbiljetten uit de roulatie genomen. In de week voorafgaande aan de geldzuivering moest men zoveel mogelijk contant geld naar giro, banken en spaarbanken brengen. Daarna moest bewezen worden hoe het kapitaal was verkregen. Vervolgens werden successievelijk de bevroren tegoeden weer vrij gegeven en werd er zo nieuw geld in omloop gebracht.

Tientje nieuw geld

Omdat er in de inleveringsweek geen geld meer in roulatie zou zijn, kon iedere inwoner van Nederland in de week voorafgaande aan de inleveringsweek tien gulden oud geld inwisselen tegen tien gulden nieuw geld. Dit nieuwe geld bestond uit – in de oorlogsjaren bij Thomas de la Rue in Londen gedrukte – muntbiljetten van fl. 1 en fl. 2,50 en vormde samen het zogenaamde “Tientje van Lieftinck”. In de inleveringsweek beschikte iedere Nederlander dus over evenveel geld. (De muntbiljetten dienden als tijdelijke vervanging voor munten en zijn daardoor niet door De Nederlandsche Bank uitgegeven bankbiljetten.)

Lieftinck

Hoogleraar Economie en Minister van Financiën Piet Lieftinck (1902-1989) was in de naoorlogse periode verantwoordelijk voor verschillende hervormingen op het terrein van de belastingen en het monetaire beleid. Ook is hij de initiatiefnemer van de koffertjes traditie op Prinsjesdag. Het allereerste ‘Derde dinsdag in September’ koffertje, waarmee minister Lieftinck in 1946 de eerste naoorlogse rijksbegroting op Prinsjesdag presenteerde, hebben wij ook in de collectie.

Online extra's

Ontdek de kunstenaar in jezelf
20 apr t/m 26 apr

Ontdek de kunstenaar in jezelf

We zijn gewoon ‘open’
20 apr t/m 26 apr

We zijn gewoon ‘open’