De poffer

In Brabant droegen vrouwen tussen 1870 en 1940 op hun kostbare kanten muts een grote bloemenkrans: de ‘poffer’. De poffer is ontstaan uit de wens om de muts te versieren. Eerst was dat een kransje kleine bloemetjes, later werd dat kransje groter en groter. Zo’n poffer remt de bewegingsvrijheid: alleen statig schrijden is mogelijk. Dus toen in de jaren '30 fietsen voor vrouwen in de mode kwam verdween deze dracht grotendeels. En daarna helemaal door textielschaarste in de Tweede Wereldoorlog. Wij laten deze mooie klederdracht zien: de handgekloste kant, het priegelige borduurwerk, de fijne plooitjes en de pastelkleurige poffers.

Op de foto: gesteven meisjesmuts met fleurig poffertje, fijngouden sieraden, om de schouder een doorzichtig pelerientje.