Nationale Feestrok Mies Boissevain

Het is mei 1945: heel Nederland is bevrijd. Na de bevrijding gaat iedereen de straat op, in feestkleding gemaakt van de laatste restjes oranje en rood-wit-blauwe stof. Soms is het speciaal bewaard voor dit grote moment.

Kort na de oorlog komt er een regeringscommissie die bedenkt hoe we de bevrijding gaan vieren. Verzetsvrouw Mies Boissevain introduceert in deze commissie de Nationale Feestrok. Alle vrouwen in Nederland worden opgeroepen om zo’n rok te maken, van verschillende dierbare lapjes stof.

Allemaal verschillende lapjes die samen één rok maken; de feestrok staat symbool voor eenheid ook al is iedereen anders. Op de rok worden herinneringen en data geborduurd. Er zijn richtlijnen hoe zo’n rok eruit moet zien en er is zelfs een feestrokkenlied en een “rokkenregister”, waar je je rok kunt laten inschrijven. 4.000 rokken worden geregistreerd, maar er zijn ook veel ongeregistreerde rokken. De feestrok is in de eerste jaren na de oorlog razend populair. Omdat de rok bestaat uit kleine oude lapjes stof, kan iedere vrouw in het verarmde Nederland zo’n rok maken.

Verzetsvrouw Mies Boissevain wordt in 1943 opgepakt en komt in de gevangenis:

“Na 14 dagen kwam de waszak. (…) En wat kwam er onder uit den zak? Een lappendasje! (…) Allemaal kleine lapjes: bont, fleurig, kleurig, frisch. Lapjes, die ik ken uit kinderjurkjes en japonnen, zorgvuldig gerangschikt en tot een geheel geworden onder de handen van iemand die van mij houdt. (…) Toen ging ik naar kamp Vught, en na een jaar (…) naar Ravensbrück, die hel van verwording en vernietiging. Het lapjesdasje was mij al lang afgenomen. Maar, mijn geest hield de herinnering vast.”

Mies overleeft concentratiekamp Ravensbrück. Twee van haar zoons waren vanwege verzetswerk doodgeschoten en haar man kwam om in een concentratiekamp Buchenwald. Desondanks is Mies niet gebroken. Terug in Nederland bedenkt zij, geïnspireerd op het lappendasje dat haar zo veel moed had gegeven, de Nationale Feestrok.

Op de foto de feestrok van Mies Boissevain.

Foto: Collectie Verzetsmuseum Amsterdam/Chris Booms